Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

HELPEN LEFIER / GEMEENTEN DE HUURDER DOOR DE CRISIS OF HELPT DE HUURDER LEFIER / GEMEENTEN DOOR DE CRISIS ? 

Woonlasten huurwoningen Lefier.

Tijdens de feestelijke bijeenkomst van de formele start  van de uitvoering  van het herstructureringsproject ’t Nije Daip (een gezamenlijke inspanning van Woningcorporatie Lefier en Gemeente Borger-Odoorn) te Nieuw-Buinen op 7 december jl., maakte de voorzitter Anne Kwant van de huurdersvereniging ’t Huurdertje -  tegen zijn gewoonte in vanwege het feestrelijk karakter van deze opening – handig gebruik van de aanwezigheid van de Hr. Johan Baltes (directeur Lefier  Zuidoost Drenthe a.i.), de heer Jakob Bruintjes (wethouder Borger-Odoorn, o.a. portefeuille volkshuisvesting) en mevr. Wil Lunchenbroers (wethouder Borger-Odoorn, o.a. portefeuille openbare werken en groen).

Hij vroeg terecht aandacht voor de betaalbaarheid zijn en blijven van de huur- en energielasten van de woningen van Lefier. Uit een recent onderzoek uitgevoerd door de Woonbond, dit op initiatief van de huurdersorganisaties die actief zijn voor de huurders van Lefier, is gebleken dat veel huurders grote moeite hebben de woonlasten te betalen en hier alleen nog aan te kunnen voldoen door te bezuinigen op basale primaire levensbehoeften.

Het komt naar voren dat mensen niet alleen bezuinigen op vakantie / uitgaan (dat moeten er meer) maar ook op kleding, abonnement krant / tijdschrift, lidmaatschap vereniging en verzekeringen. De gevolgen zijn dat mensen niet meer goed geïnformeerd zijn, te weinig aan sport doen waardoor gevaar van slechte gezondheid / sociaal geïsoleerd raken op de loer ligt en zij vroeg of laat komen te staan voor niet te dragen financiële uitgaven als gevolg van niet- of onvoldoend verzekerd zijn waardoor schuldhulpverlening / onder bewindvoering komen te staan voortdurend dreigt.

Korten op voeding wordt niet genoemd. Dit verbaast mij. Wellicht wordt dit niet meer zo ervaren vanwege structurele ondersteuning door familie, vrienden en voedselbank.    

Dit hoort en mag m.i. toch niet voorkomen in een welvarend land als de onze.

De politiek van vandaag maakt zich druk over scheefheid in wonen d.w.z. dat mensen met een hoog inkomen wonen in sociale woningbouwwoningen die bedoeld zijn  voor mensen met een lager inkomen. Ze beseffen zich echter niet of te weinig dat het gerealiseerd hebben van doorstroming, als het oplossen van ‘scheef wonen’ al mocht lukken, niet automatisch een garantie inhoudt dat de groep mensen in de laagste inkomensgroepen instaat zou zijn de vrijgekomen woningen in te nemen. In de praktijk van alle dag blijkt nu al dat deze voor hen onbetaalbaar zullen zijn.

Uit het onderzoek onder de huurders van Lefier (Emmen, Stadskanaal, Borger-Odoorn, Hoogezand-Sappemeer, Groningen)blijkt dat:

Van alle huurders leeft 36%  onder de armoede grens d.w.z. heeft te weinig financiële bestedingsruimte om de minimale uitgaven te doen voor een zelfstandig huishouden zoals benodigd voor de onvermijdbare basale zaken als voedsel, wonen, kleden c.q. de minimale kosten benodigd voor ontspanning en sociale participatie.

Niet voor niets zitten veel huurders van Lefier in de schuldhulpverlening of staan zelfs onder curatele.

Is het voorgaande beeld al niet schrijnend genoeg om te beseffen dat deze situatie niet langer mag voortduren, dan moet inzoomen naar het type huishouden wel duidelijk genoeg zijn dat het nog langer wachten met iets te doen, asociaal is:

66% van de gezinnen met kinderen en 83% van de eenoudergezinnen leeft onder de armoedegrens; een waarachtig onacceptabele situatie.

Alleenstaanden en paren komen er minder slecht af, voor zover je dat zo mag zeggen; van hen leeft resp. 17- en 37% onder de armoedegrens.

Voor sommigen spreken aantallen misschien meer dan het enkel noemen van een percentage; daarom ter aanvulling nog onderstaande verdeling van de huurderpopulatie van Lefier (25168 zelfstandige woningen) naar huishouden:

De gedachte zou kunnen zijn dat het leven onder de armoedegrens alleen zou voorkomen bij huishoudens met een uitkering. Ook dit  onderzoek toont wederom aan dat dit een onjuiste aanname is. Ook het werken in loondienst vrijwaart mensen niet van het leven onder de armoedegrens zoals de verdeling naar inkomensbron laat zien:

Wanneer de huurders van de verschillende gemeenten met elkaar worden vergeleken, blijkt het  % mensen dat onder de armoedegrens leeft nauwelijks van elkaar  te verschillen. Stadskanaal springt er met 32% nog het minst negatief uit.  

Het zou mij echter niet verbazen dat er binnen een gemeente op dorpsniveau wel enorme verschillen bestaan. Uit recente contacten met de bevolking van Nieuw-Buinen is het mij opgevallen dat het aantal ‘eenoudergezinnen’ aldaar extreem is. Gelukkig zijn de mensen onder elkaar voorbeeldig sociaal. Door de hulp die ze elkaar bieden overleven ze!    

Om de slechte financiële positie van de huurders van Lefier te kunnen plaatsen c.q. verbeteren heeft de Woonbond nog veel parameters laten vaststellen zoals o.a. wat is het gemiddelde netto ‘huishoud’ inkomen en de gemiddelde woonlasten per huishouden. Dit ten einde een beeld te verkrijgen van het netto te besteden inkomen door de huurders. Daar waar in de ogen van de Woonbond relevant, is dat vergeleken met de landelijke cijfers.

Ter verduidelijking nog even vooraf:

Het netto inkomen zijn  de bruto-inkomsten van een huishouden verminderd met betaalde alimentatie, premies en belastingen.

De woonlasten worden gevormd door de kale huurprijs, servicekosten, energiekosten en gemeentelijke lasten.

Uit bovenstaande is af te leiden:

De huurders van Lefier (afgerond 40%) moeten een veel groter deel van hun inkomen aan wonen besteden dan de huurders landelijk (afgerond 30%) gewend zijnen houden dus een veel kleiner deel over wat zij kunnen besteden aan basale dingen als voeding, kleren enz. 

De oorzaak hiervan is niet gelegen in een verschil in de woonkosten(beide gemiddeld ca. €580) zelf maar in het enorme verschil in inkomen.

Landelijk ligt het inkomen onder de huurders per maand ca. €465 euro hoger! Bijna niet te geloven zo’n gemiddeld verschil in de sector sociale woningbouw tussen onze regio en de rest van Nederland.

Opvallend is ook dat ca. 80% van de huurders van Leifier een jaarinkomen heeft tot de huurtoeslaggrens en dus recht heeft op huurtoeslag. In de praktijk blijkt dat 60% van de huurders gebruiktde huurtoeslagregeling.

De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat onder huurders van Lefier sprake is niet-gebruik van huurtoeslag.

Andere in het oog springende doorsnijdingen t.a.v. het aspect armoede m.b.t. de ‘Lefier’ huurders:

De helft van de mensen waarvoor primair de sociale woningbouw is bedoeld en die huurtoeslag ontvangen, zit desondanks in de armoede

De huurders in de leeftijd van 35 tot 55 jaar d.w.z. in de fase waar juist veel dingen samen komen, hebben zoals uit bovenstaande tabel blijkt de grootste kans op armoede; tweederde  van hen leeft onder de armoede grens.

De huurders in de leeftijd van 65 jaar en ouder lopen de kleinste risico op een leven onder de armoedegrens; nader onderzoek waardoor dit significant lager percentage is te verklaren , lijkjt mij gewenst.

De huurders met verreweg het laagste ‘huishoud’ inkomen, alleenstaanden en eenoudergezinnen, zijn het grootste deel van hun inkomen aan wonen kwijt; meer dan 40%

Wat staat de huurders nog te wachten ?

Het recent afgesloten Woonakkoord legt aan de Woningcorporaties een z.g. Verhuurdersheffing op van enkele miljarden die de regering o.a. gebruikt om het huishoudboekje van de overheid op orde te krijgen.

Opdat de Woningcorporaties nog kunnen investeren in nieuwbouw  / renovatie c.q. de noodzakelijke onderhoud kunnen blijven uitvoeren, mogen woning corporaties huurverhogingen doorvoeren die hoger zijn dan de inflatie. Uit bovenstaande zal duidelijk zijn dat wanneer Lefier dat beleid volgt, zij daarmee een nog groter deel van haar huurders in een situatie onder de armoedegrens brengt en dat is onaanvaardbaar.

50% van de nieuwbouw wordt verzorgd door woningbouwcorporaties, dat is werkgelegenheid en heel belangrijk bij de enorme en nog steeds oplopende werkloosheidscijfers van dit moment.  Woningcorporaties komen door het Woonakkoord dan ook in een spagaat terecht. Tussen het ontzien van de huurders en het niet verder afbreken  van de werkgelegenheid is eigenlijk geen keuze te maken.   

Conclusie:

Gemeenten en Lefier zijn m.i. dan ook tot samenwerking gedwongen om te onderzoeken hoe de huurders geholpen kunnen en moeten worden plus de werkgelegenheid in stand wordt gehouden. Geen van beide organen wil toch op zijn geweten hebben dat de kinderen van de huurders die op geen enkele manier schuldig zijn aan de bancaire crisissen en haar impact op de financiële - en economische wereld,  noch de beleidsmakers hebben kunnen kiezen, dat juist zij zouden moeten bloeden voor het corrigeren van de gevolgen ervan. Dat zou toch pas echt de wereld op zijn kop zetten zijn.

Het kan toch niet zo zijn dat de huurders de kind van de rekening zijn en dat zij Lefier en betrokken Gemeenten door de huidige crisis moeten helpen ? Nee toch , Lefier en deze Gemeenten zouden zich geroepen dienen te voelen de betrokken en getroffen huurders door de crisis te helpen.

De kiezers van straks mogen niet toezien dat er niets gebeurt ! Zie er op toe dat er iets gebeurt ! Laat uw stem horen !