Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Aan het einde van de PVDA politieke ledenraad van jl. 16 maart, heb ik minister Asscher kort kunnen spreken.

Als inleiding gaf ik toen aan niet te zullen praten over de Europese  3% begrotingsnorm. Vervolgens nog even gesproken over het anticyclisch beleid met enkel als doel om juist om die reden snel over te gaan en te wijzen op het belang van het vergroten van de medezeggenschap via wetgeving. Dat kost de overheid  immers nagenoeg niets terwijl  de bevolking iets sociaal wezenlijks wordt gegeven in een tijd die financieel economisch heel moeilijk is voor het realiseren van sociale verbeteringen. Hij bleek zeer geïnteresseerd en gaf me zijn mailadres. Uiteindelijk heb ik een brief gestuurd op 23- en 24 maart 2013. Hieronder vindt u de inhoud van de 24ste.

Medezeggenschap wordt beïnvloed door veranderingen in de arbeidsverhoudingen en arbeidsmarkt zoals bv.:

Arbeidsmarkt

  • Internationalisering en globalisering
  • Technologische ontwikkelingen
  • Flexibilisering

Arbeidsverhoudingen

  • Individualisering
  • Demografische ontwikkelingen
  • Flexibele arbeidsvoorwaarden

In het huidige tijdsgewricht voltrekken deze veranderingen zich vaak in een dermate grote versnelling dat de vertegenwoordigende zeggenschapsorganen van werknemers, patiënten en cliënten  daarop in onvoldoende mate kunnen anticiperen wegens het ontberen van de daarvoor benodigde flexibiliteit door een tekort aan kennis, kunde en adequate tijdige wettelijke bevoegdheden echter ook omdat dergelijke processen zich voor een niet onbelangrijk deel steeds vaker onttrekken aan hun gezichtsveld en dat van de overheid, waardoor beide zich overvallen voelen door een feitelijke situatie waarvan nog slechts de schade is te beperken maar niet meer omkeerbaar is.

De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) kan gezien worden als een minimumwet die bepalingen biedt die wettelijk af te dwingen zijn.

Een instrument welke ondernemingsraden naar mijn overtuiging veel te weinig inzetten is de ondernemingsovereenkomst terwijl  die juist de mogelijkheid biedt af te wijken van de standaardregelingen in de WOR

Artikel 32, lid 2 van de WOR zegt namelijk dat bij schriftelijke overeenkomst tussen ondernemer en OR aan de ondernemingsraad meer bevoegdheden dan de in de WOR genoemde kunnen worden toegekend dan wel aanvullende voorschriften over de toepassing van de WOR kunnen worden gegeven.

In beginsel kan de OR over alle onderwerpen een ondernemingsovereenkomst afsluiten met de

bestuurder ondernemer. De WOR kent op dit punt eigenlijk geen beperkingen terwijl  de rechtsgevolgen van dergelijke afspraken  gelijk zijn aan die van de rechtstreeks in de wet opgenomen bepalingen.

Onder een ondernemingsovereenkomst wordt bijvoorbeeld ook verstaan een protocol, convenant , contract  enz. Het is de inhoud en niet de naam die de rechtskracht van afspraken in de overeenkomst bepaalt.

De bedoeling van de wetgever in deze is om partijen zoveel mogelijk de ruimte voor maatwerk te bieden.

De ondernemingsovereenkomst kan daarom een belangrijk instrument zijn voor het tot stand brengen van maatwerk in medezeggenschap op ondernemingsniveau en dat niet alleen aangaande  de structuur en organisatie van medezeggenschap maar ook betreffende het ondernemingsbeleid m.b.t.:

  • Wet- en regelgeving ( bv. arbeidstijden,arbeidsomstandigheden,  arbeid en zorg),
  • CAO ’s ( bv. beloning en vergoeding,  regelingen, werkgelegenheid, opleiding, reiskosten),
  • Het overige, niet gerelateerd aan wet- en regelgeving / CAO ‘s ( bv. criteria en toetsing in dienst nemen mensen met een beperking / flexibiliteit / uitbesteding  / strategische beslissingen buiten de grenzen van Nederland , uitgangspunten en gevolgen van reorganisaties  / fusies )

Wat ik u als minister nu vraag is:

De medezeggenschapsraden en niet te vergeten ook de ondernemers, in woord en geschrift het bestaan en de mogelijkheden van de ondernemingsovereenkomst nadrukkelijk extra onder hun aandacht te brengen.

  1. In de WOR extra te borgen dat middels een ondernemingsovereenkomst,  de bevoegdheden van een medezeggenschapsraad door geen van beide partijen beperkt mogen worden en deze info ook nog eens met hen te delen.

Tot slot:

De maatschappij ervaart de flexibilisering als doorgeslagen omdat het beoogd doel niet meer is zich   aanpassen aan de veranderende marktomstandigheden maar steeds meer het drukken van arbeidskosten.

De bevolking  vraagt m.i. dan ook steeds meer en harder om een wettelijke regulering  in de vorm van een bovengrens aan  % flexwerkers van het personeelsbestand.

Of hierover in deze coalitie een akkoord is te sluiten met een wezenlijke bijdrage ter vermindering van het aantal flexcontracten ten voordeel van de vaste, betwijfel ik. Naar ik aanneem zult u er desondanks toch alles aan doen toch tot zo’n overeenkomst te geraken.

Zolang dat echter nog niet het geval is, kan ook hier het sluiten van een ondernemingsuitkomst tussen medezeggenschapsraad en ondernemer uitkomst bieden.