Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Schriftelijke reactie Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - Medezeggenschap

Het heeft lang geduurd (28 oktober 2013) en voor mijn gevoel te lang , dat ik een reactie kreeg van partijgenoot en minister van SZW,  de heer Lodewijk Asscher op mijn brieven (23 - en 24 maart 2013). Het kostte bovendien veel energie om dat gedaan te krijgen; afspraak zou afspraak behoren te zijn. Wellicht ben ik in dit soort correspondentie te ongeduldig.  Hoe dan ook, in voornoemde brieven vraag ik om middels een gerichte informatieve actie werk te maken van de veelal onbenutte mogelijkheden welke de ondernemingsovereenkomst in de W.O.R aan de medezeggenschapsraden biedt voor het regelen van zaken in de private sector, en tegelijkertijd doe ik voorstellen om de bestaande wet- en regelgeving zodanig aan te passen dat medezeggenschapsraden meer bevoegdheden krijgen daadwerkelijk invloed te kunnen uitoefenen op voorgenomen veranderingen bij (inter)nationaal opererende bedrijven betreffende arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen. De inhoudelijke beantwoording door de minister, had m.i. niet alleen specifieker maar daadkrachtiger gekund en in het belang van alle werknemers ook gemoeten. Om voornoemde reden zal ik het onderhavige dan ook nog ter kennis brengen van de SER (Commissie Bevordering Medezeggenschap). Nu de reactie van minister Asscher:

Betreft: Medezeggenschap

Geachte heer Hilverts,

In uw brief doet u enkele voorstellen met betrekking tot de Wet op de ondernemingsraden(WOR). Deze voorstellen komen voort uit belemmeringen die u heeft ervaren als OR-lid op lokaal, nationaal en Europees niveau tijdens uw werkzame periode.

Uw brief met daarin uw voorstellen heb ik aandachtig gelezen. Allereerst wil ik u hartelijk bedanken voor uw brief. Ik ontvang graag signalen vanuit de samenleving. Waar mogelijk betrek ik deze bij verdere verbetering van wet- en regelgeving.

Met de inwerkingtreding van de gewijzigde WOR op 19 juli jl., heeft de SER de wettelijke taak gekregen om medezeggenschap in organisaties en bedrijven te bevorderen. Onderdeel hiervan is het bevorderen van kwalitatief goede scholing en vorming van OR leden. Echter, veel van de door u aangehaalde punten zijn ook ter sprake gekomen in het wetgevingstraject en tijdens algemene overleggen en plenaire debatten in de Tweede en Eerste Kamer, waar ook de algemene stand van zaken van de medezeggenschap in Nederland aan de orde is gekomen.

In de gewijzigde WOR bepaalt het nieuwe artikel 46a dat de SER tot taak heeft de medezeggenschap in ondernemingen te bevorderen. Hiertoe heeft de SER de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) ingesteld. De algemene taakopdracht ter bevordering van de medezeggenschap omvat zowel bevordering van de naleving van de wet als bevordering van de kwaliteit van de medezeggenschap. In de commissie, die bestaat ui vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties en onafhankelijke leden, kunnen ook externe deskundigen zitting krijgen. Ook kunnen koepels en specialisten uit het veld worden gehoord, zoals medezeggenschapsleiders of wetenschappers alsmede belangenbehartigers die zich inzetten voor bepaalde deelonderwerpen, bijvoorbeeld medezeggenschap binnen internationale concerns.

Onlangs heeft de SER-commissie haar eerste jaarprogramma vastgesteld. Dit bevat naast reguliere activiteiten enkele speerpunten gekoppeld aan het hoofdthema ‘meerwaarde van de medezeggenschap’, zoals innovatie van medezeggenschap. Dit programma dient vanzelfsprekend nog ingevuld te worden.

Ik wil u in dit verband verder kortheidshalve verwijzen naar de Kamerbrief over de stand van zaken van de medezeggenschap in Nederland van 7 maart jl. en de brief aan de SER over medezeggenschap van 16 april jl. In de brief van 7 maart ga ik in op het huidige stelsel, relevant onderzoek, de uitdagingen voor het stelsel en de rol van de SER daarbij. In de brief van 16 april leg ik een aantal van de opvattingen en vragen van de kamer voor aan de Commissie Bevordering Medezeggenschap van de SER.

Tot slot wil ik u wijzen op de kamerbrief van 21 juni jl. over de stijging van de inkomens van topbestuurders in de private sector. Ik wil bezien op welke manier nader invulling gegeven kan worden aan de rol van ondernemingsradenbij het beloningsbeleid voor bestuurders.

Mocht u de gehele inhoud van de brieven willen lezen, dan kunt u deze vinden op www.rijksoverheid.nl> Home > Alle onderwerpen > Documenten en publicaties.

Ik ga ervan uit hiermee voldoende op uw brief te zijn ingegaan. Rest mij u nogmaals te bedanken voor uw brief  en u succes te wensen als lid van de PVDA in Borger-Odoorn.

Met vriendelijke groet,

De Minister van Sociale Zaken

En Werkgelegenheid,

L.F. Asscher